‘Als je dakloos bent, kun je eigenlijk niet ziek zijn’

Als Ashadevie (61) ziek is, is er geen bed om in weg te kruipen. Geen deur die ze achter zich dicht kan trekken. Geen plek waar iemand haar even met rust laat.

Zestien jaar geleden raakte ze na haar scheiding haar huis kwijt. Sindsdien heeft ze nooit meer zekerheid gehad over waar ze woont. De laatste zeven jaar in Den Haag, steeds op tijdelijke plekken.

“Blijf je vandaag lekker in bed?” Een heel gewone vraag — totdat je geen eigen huis hebt.

Wachten zonder einddatum

Het huis waar ze nu met haar kinderen woont, is tijdelijk. Binnenkort moeten ze eruit. ‘Die onzekerheid brengt heel veel zorgen met zich mee’, vertelt ze. ‘Hoe ziet ons leven er over een paar maanden uit?!’ 

Haar kinderen zijn inmiddels volwassen. Lichter wordt het daar niet van. ‘Het blijven toch je kinderen. Ze hebben al eerder hun woonplek verloren. De gedachte dat we straks mogelijk met z’n vieren zonder woning zitten, houdt me voortdurend bezig.’

Ashadevie slaapt niet op straat. Ze woont in een huis. En toch is ze dakloos.

De helft van de dakloze mensen in Nederland verblijft noodgedwongen bij familie of vrienden, of op een niet-conventionele plek zoals een auto. Eén op de drie dakloze mensen is vrouw.

Het leven staat stil

‘Je kunt gewoon nergens aan beginnen. Niet aan werk. Niet aan hobby’s. Niet aan vriendschappen. De onzekerheid neemt alle ruimte in mijn hoofd in. Het maakt me ziek, zowel mentaal als fysiek.’

Op slechte dagen sluit ze zich af. ‘Dan is het gewoon dood in mijn hoofd, dan hoor en voel ik niets. Ik sluit me helemaal op en trek me terug, omdat ik weet: ik kan niks aan de situatie veranderen.’

Juist dan heb je een plek nodig waar je je veilig voelt. Een deur die dicht kan. Een bed dat van jou is. ‘Een dak boven je hoofd is niet hetzelfde als een thuis waar je lekker uit kunt zieken. Als je geen eigen huis hebt, is dat echt ziekmakend.’

Wat ze wil

Vraag Ashadevie wat een eigen thuis zou veranderen, en de plannen komen meteen. Ze wil ondernemen en heeft ideeën voor producten die ze zou willen maken en verkopen. Ze wil haar gezondheid opbouwen. Ze wil tuinieren.

‘Ik verlang niet naar een huis om alleen maar in te wonen. Ik verlang naar een thuis van waaruit ik eindelijk weer verder kan.’

Over haar kinderen praat ze met trots. ‘Ze doen het alle drie heel goed. Ze studeren en hebben allemaal plannen.

Dakloosheid is de ergste vorm van woningnood

Ashadevie is niet de enige. Duizenden mensen in Nederland wachten jarenlang op een eigen plek. Terwijl we weten wat werkt: niet steeds meer tijdelijke oplossingen, maar zo snel mogelijk een eigen woning.

Daarom moet de aanpak van dakloosheid een volwaardig onderdeel zijn van het woonbeleid — landelijk én lokaal.

Niet wachten, maar wonen. Mensen zonder thuis kunnen niet blijven wachten op een woning. En Nederland kan niet blijven wachten met oplossingen die al op tafel liggen. De tijd tikt door. In november debatteert de Tweede Kamer over de aanpak van dakloosheid. Teken de petitie. #NietWachtenMaarWonen