‘Ik miste mijn aardappeltjes, sperziebonen en karbonade’

Pieter (64) werkte 35 jaar bij hetzelfde bedrijf en daarna voor zichzelf. Dat hij ooit dakloos zou raken, had hij nooit gedacht.

Door een samenloop van omstandigheden raakte hij zijn woning kwijt. Eerst hotels, toen buiten, uiteindelijk zo’n drie maanden in een tent. Tweeënhalf jaar zonder eigen plek..

‘Vieren we Kerst bij jou?’ Een heel gewone vraag — totdat je geen eigen huis hebt. Op de campagneposter van Alles Begint Met Een Thuis zit Pieter op een luchtbed te gourmetten..

‘De periode zonder thuis veranderde mijn blik op dakloosheid. Het kan echt iedereen overkomen. Daar ben ik een levend voorbeeld van. En we kunnen blijkbaar niet rekenen op een vangnet dat ons daartegen beschermt.’.

Wachten zonder te weten waarop

In zijn tent wist Pieter nog niet dat er ooit weer een woning zou komen. Elke dag dezelfde vraag: hoe lang gaat dit nog duren? 

‘Wachten op een woning betekent niet simpelweg een tijdje geen eigen adres hebben. Het betekent dat ondertussen je leven doorgaat, terwijl heel gewone onderdelen daarvan steeds moeilijker of zelfs onmogelijk worden.’

Wat hij miste, waren de dingen waar je nauwelijks over nadenkt zolang je ze hebt. Zijn eigen bed. Zelf bepalen hoe je dag eruitziet. Je eigen eten koken. ‘Ik miste mijn aardappeltjes, sperziebonen en karbonade.’

‘Kom maar bij mij’

Pieter houdt ervan om er voor anderen te zijn. Als mensen bij hem komen, wil hij dat het gezellig is, dat er lekker eten op tafel staat, dat het hun aan niets ontbreekt. ‘Zolang een ander het goed heeft, dan ben ik blij.’

Zonder eigen plek kon dat niet. Kerst heeft hij in die periode helemaal niet gevierd.

En er ging meer verloren. Tijdens zijn dakloosheid raakte hij het contact met zijn zoon kwijt. Schaamte speelde daarin een grote rol. ‘Ik vond dat ik er voor mijn zoon moest zijn. Mijn zoon niet voor mij.’

Weer thuis

Pieter heeft inmiddels een eigen plek in Rijswijk en het contact met zijn zoon is goed hersteld. Hij kan weer doen wat hij zo miste: zijn eigen leven leiden en er voor anderen zijn.

Maar die woning kwam pas ná tweeënhalf jaar. Terwijl een eigen huis de eerste stap uit dakloosheid zou moeten zijn, en niet de laatste.

Zijn periode van dakloosheid had hij liever nooit meegemaakt. Tegelijk heeft die zijn blik op mensen blijvend veranderd. ‘In die tweeënhalf jaar heb ik meer geleerd dan in de zestig jaar ervoor. Dat is ook de reden dat ik mee wilde doen aan deze campagne. Ik hoop dat iedereen die deze poster ziet — net als ik — beseft dat dakloze mensen ook maar gewoon mensen zijn.’

Dakloosheid is woningnood in zijn ergste vorm

Vooroordelen doorbreken is niet genoeg. Dakloosheid is geen kwestie van pech of persoonlijke keuzes; het hangt samen met woningnood en bestaansonzekerheid. Die oorzaken kunnen we aanpakken.

#NietWachtenMaarWonen De klok loopt door tot 2030, en er raken alleen maar méér mensen dakloos. In november debatteert de Tweede Kamer over de aanpak van dakloosheid. Teken de petitie.